Column voor Studelta over innovatie in de Care
Deze column is geschreven door Joost Gruijters voor Studelta in samenwerking met STG/HMF en wordt gepubliceerd op FD.nl. Met deze samenwerking wil Studelta de dialoog tussen bestuurders en jong talent over de gezondheidszorg bevorderen. Lees hier elke week een nieuwe editie van deze dialoog.
Een half jaar geleden werkte ik zelf aan een onderzoek naar het obstakels voor innovatie in de gezondheidszorg en de problematische punten - afwezige financiële prikkels tot innovatie en visionair leiderschap - kwamen daar in terug. Juist in de ‘care’, waar meer dan 60% van de totale kosten uit arbeidskosten bestaat, blijven er zo kansen liggen.
Naar aanleiding van het artikel van de heer Meijerink was ik benieuwd naar de ervaringen van kartrekkers van innovatie in de zorg. Een telefoontje met het zorginnovatiebureau van een groot ziekenhuis leverde de volgende inzichten op. Voor het merendeel van de innovaties die het bureau (ideeontwikkeling) in samenwerking met het management (implementatie) uitvoerde ontvangt zij geen subsidie. Interessant is het beeld dat ontstaat rond subsidies. Subsidies leiden ertoe dat ziekenhuizen vooral willen ‘binnenhalen’. Logisch, maar de psychologie verschilt enorm met de rationele ‘kosten-baten’ benadering van de ongesubsidieerde innovaties. Wellicht dat deze daarom ook vaker een stille dood sterven na de pilotfase?
Voor het doorvoeren van ongesubsidieerde innovaties is de zekerheid op rendement cruciaal uiteraard. Het grootste obstakel, volgens het zorginnovatiebureau, is dat zij bijna dagelijks de strijd moet aangaan met het korte termijn denken en ‘de waan van de dag’. In alle lagen van de organisatie en dus ook bij het hoger management. Ook dit is begrijpelijk. Problemen moet worden opgelost en er is al te weinig tijd voor alles. Op het strategische managementniveau komt de innovatie in aanvaring met de financiële prikkels waarmee de organisatie te maken heeft. Wat ik hier van leer is dat de stimulans voor innovatie inderdaad structureel moet zijn en dus in de financieringsmethode besloten moet zijn. Zonder dat element werken subsidies niet optimaal. Na het gesprek met het innovatiebureau ben ik overtuigd van de sterke wil in sector, maar het blijft tegen de wind in fietsen. De twee punten in de eerste regel bovenaan vormen dan ook een causaal verband: De juiste financiële prikkels leiden tot innovatief leiderschap.
